Over Graven en Brugse Beren

23/2/2015

Elke rechtgeaarde Bruggeling en vrijwel iedere toerist die Brugge al heeft bezocht heeft er al van gehoord: het “Beertje van de Loge”. Boven de Poortersloge in de Academiestraat is het standbeeld te vinden van de “Beer van Brugge”, volgens sommigen de oudste bewoner van Brugge. Maar hoe komt het dat tot op de dag van vandaag de beer hét symbool is van Brugge?

IMG 1090De poortersloge was van oudsher de plaats waar de rijke Brugse poorters vergaderden en was tevens de zetel van de gilde der kampvechters, het “Geselscip van den Bere”. De origines van dit gezelschap zouden teruggaan tot de 9de eeuw, tot de tijd van de “Forestiers” of de eerste Woudgraven van de gouw “Flandrensis”, het gebied rond Torhout, Gistel, Oudenburg en Brugge. Een van deze Forestiers was Liederic, deze oefende een grote invloed uit aan het hof van Karel de Kale. Karel had na het uiteenvallen van het Karolingische rijk door het Verslag van Verdun in 843 het West-Francische rijk en dus ook de gouw Vlaanderen voor zich gewonnen. De jongste zoon van Liederic was Boudewijn en deze werd als erg krijgshaftig en avontuurlijk beschreven. Na het overlijden van zijn vader werd Boudewijn dan ook als zijn opvolger aangeduid. Boudewijn trekt hierop naar Parijs om leenhulde te brengen aan Karel, maar wordt er stapelverliefd op diens dochter Judith. Karel is hier echter niet al te happig voor en wil Judith liever in afzondering houden om haar als handige pasmunt te kunnen gebruiken bij zijn expansiepolitiek. Boudewijn slaagt er echter in om Judith te schaken en haar mee te nemen richting Vlaanderen. Bij het naderen van Brugge worden Boudewijn, Judith en hun gevolg temidden van een woud verrast door drie grote beren. Een groot deel van hun aanhang vlucht, maar Boudewijn versaagt niet en gaat de beesten te lijf. Een van de beren wil zich afzetten tegen een boom, maar Boudewijn gaat hem te lijf en weet de beer met zijn lans te doorboren. Boudewijn zijn bijnaam “De Ijzeren Arm” is meteen geboren. De groep weet ook de twee andere beren te verjagen en de dode beer wordt meegenomen naar Brugge als trofee. Dit wapenfeit leeft nog steeds voort in de plaatsnaam Beernem (Berenheim), nabij Brugge waar deze nare omtmoeting moet hebben plaatsgevonden.  Boudewijn en Judith worden door de Bruggelingen warm verwelkomd en korte tijd nadien wordt op een groots steekspelentornooi, het “Geselscip van de Bere”, plechtig ingehuldigd. De beer zou, naast de leeuw, de officiële drager worden van het Brugse wapenschild.

Karel de Kale was vanzelfsprekend ontstemd over de ontvoering van zijn dochter en liet het paar zelfs door de kerk excommuniceren. Boudewijn en Judith trekken naar paus Nicolaas om bij hem hun zaak te bepleiten. De paus slaagt er na twee lange jaren van intensieve briefwisseling met Karel erin deze te overuigen het huwelijk toe te staan. In 863 trouwt het koppel dan ook officieel te Auxerres. Als symbool van verzoening en als bruidsschat krijgt Boudewijn dan ook het bestuur toegewezen over de gouw Vlaanderen. Boudewijn met de Ijzeren Arm werd zo de facto de eerste Graaf van Vlaanderen. Een ietwat vergiftigd geschenk, aangezien Vlaanderen in een uithoek lag van het rijk van Karel en geteisterd werd door Vikingaanvallen. Boudewijn doet ook nu echter zijn naam alle eer aan en weet de Vikingen af te stoppen door het bouwen van versterkingen in Arras, Gent en Brugge.

Vanzelfsprekend is het niet eenvoudig na te gaan wat in dit verhaal mythe is en wat de waarheid. Feit is wel dat Boudewijn de eerste was van een lange lijn van Graven van Vlaanderen, die tot de annexatie ervan door Frankrijk in 1795, regelmatig in conflict zouden komen met hun soevereinen, de Guldensporenslag is hier een mooi voorbeeld van. En wat ook zeker is, is dat de Bruggelingen tot op de dag van vandaag terecht trots zijn op hun beertje!

Wie meer wil lezen verwijs ik graag door naar volgende werken:

- Van Houtryve, M., Brugge als Mythe, onuitgegeven masterproef, Gent, faculteit letteren en wijsbegeerte, 2009, 89 p.

- Ballegeer, J., 100 Brugsche legenden, sprookjes, sagen, anekdotes, spook-en heksenverhalen, Beernem, De Windroos p.v.b.a., 1984, 204 p.


Pieterjan Vinck