Flakturm

Berlijn 1944. Vanuit de verte is het gebulder van honderden Amerikaanse bommenwerpers hoorbaar. Het geluid van een nakende geallieerde luchtaanval werpt een schaduw van nervositeit over de stad. Vanop een 40 m hoge Flaktoren maken 8 mannen zich in allerijl klaar voor wanneer de hel losbarst. Zij bedienen één van de vier 128mm FlaK 40 luchtafweerkanonnen. Tientallen andere soldaten op de toren tellen, van achter hun lichter afweergeschut, de luttele seconden af. Enkele ogenblikken later weerklinkt het oorverdovende gedonder van tientallen vuurmonden die de nachtelijke hemel opklaren. Een B-17 Flying Fortress vat vuur, rondom de toren slaan tientallen bommen in, de grond davert. Na een minutenlange strijd op leven en dood zijn de vliegtuigen verdwenen. Berlijn brandt, het aantal gewonden is immens, enkel het geknetter van het vuur en het geroep van half verbrande soldaten en burgers is nog hoorbaar. De Berlijnse verdediging kan nog een nacht stand houden tegen het dreigende gevaar, maar voor hoe lang nog…

Nadat de Britse Royal Air Force (RAF), als wederwoord voor de aanvallen op Londen, er in 1940 in slaagde om Berlijn te bombarderen, was Hitler furieus. Als direct antwoord besloot de Führer daarom om te starten met Moral Bombing, het demoraliseren van de vijand door het bombarderen van burgerdoelen. Daarnaast mocht geen enkele vijandelijke bom nog vallen op Berlijns grondgebied. Hiertoe werd opdracht gegeven tot de bouw van 3 gigantische flaktorens in het centrum van de stad: bij de Berliner Zoo, in Friedrichshain en in Humboldthain. Hun kanonnen moesten een driehoekig scherm van granaatscherven vormen, zodat Berlijn overvliegen regelrechte zelfmoord zou betekenen. In minder dan 6 maanden tijd rezen de eerste monumentale gebouwen uit de grond. Hitler zelf toonde grote interesse in de bouw van deze torens en zette zich zelfs hoogst persoonlijk aan de tekentafel om enkele schetsen hiervoor te maken. Iedere flaktoren-complex bestond uit twee torens. Naast de G-Turm (Gefechtsturm), de grote toren, waarop de kanonnen effectief stonden geïnstalleerd, was er een L-Turm (Leitturm), een kleinere commandotoren van waaruit de aanvallen werden gecoördineerd en van waaruit de vijandelijke luchttroepen werden opgespoord. Elke toren beschikte ook over een radarinstallatie met een ontvangstschotel die bij een vijandelijke aanval kon worden binnengehaald. Naast Berlijn werden er ook in Hamburg en in Wenen respectievelijk twee en drie Flaktorens gebouwd. Verder waren er nog plannen om nog minstens zeven torens bij te bouwen in Hamburg, Wenen, Bremen, Berlijn en München. Het oorlogsverloop en de uiteindelijke ondergang van Nazi-Duitsland zouden hier echter een stokje voor steken. Zo waren de Berlijnse Flaktorens, op enkele muren na, praktisch volledig vernietigd door de geallieerden bij de onderlinge verdeling van Berlijn na de oorlog.

Offensief gezien leken deze torens een formidabele tegenstander. De verschillende vuurmonden konden namelijk tot 8.000 kogels en granaten per minuut afschieten. Dit in een gezichtsveld van 360°, met een bereik tot 14 kilometer ver. De kanonnen waren echter veel ineffectiever dan men initieel had gehoopt. Gemiddeld waren er immers 3.000 granaten nodig om 1 bommenwerper succesvol neer te halen vermeldde de Duitse luitenant-generaal Otto Wilhelm von Renz, bevelvoerder over de luchtverdediging. Heel veel vliegtuigen braken dan ook door de luchtversperring en lieten een spoor van vernieling na. Het belangrijkste nut van deze torens lag daarom misschien nog wel in hun defensieve taak. Deze betonnen forten, met hun muren en plafonds tot 3,5 meter, leken onverwoestbaar voor het normale artilleriearsenaal van de geallieerden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de torens een “geliefkoosde” plek waren voor de burgerbevolking om zich in terug te trekken bij de zoveelste geallieerde luchtaanval. Zo trokken, tijdens de laatste dagen van de slag om Berlijn, ongeveer 16.000 Zivilisten zich terug in de Flaktoren van Humboldtshain; zowat het laatste bolwerk tegen de Russen die op het punt stonden Berlijn onder de voet te lopen. De geur van lijken, ontlasting en bloed in de toren moet onhoudbaar geweest zijn. De keuze was er één tussen de cholera en de pest, ofwel verrotten binnen ofwel kapotgeschoten worden buiten. Desondanks hebben deze torens duizenden mensenlevens gered.

De overgave van de manschappen en de latere vernietiging van de Flaktorens zorgde meteen ook voor het einde van het idee van de Nachkriegsbenutzung die Hitler ooit voor deze torens in petto had. Deze torens zouden namelijk na de oorlog exponenten worden van een megalomaan plan dat Hitler en zijn hofarchitect Albert Speer in gedachten hadden. Berlijn zou, nadat Duitsland als overwinnaar uit de oorlog was gekomen, herrijzen als Germania, een stad in neoklassieke stijl gekenmerkt door monumentale gebouwen. De Flaktorens zouden ontdaan worden van hun oorlogsfunctie en opnieuw aangekleed worden met rijk versierde stenen voorzien van Nazisymbolen om aldus de herrijzenis van Duitsland te symboliseren. Dat Hitler en Speer dit plan al indachtig hadden tijdens de beginjaren van de oorlog bewijst het feit dat de Flaktorens voorzien waren van “ramen”, een kenmerk dat totaal niet past in het concept van een betonnen verdedigingsfort (deze werden tijdens de oorlog dan ook afgesloten met bakstenen en ijzeren luiken), maar dat wel zijn nut zou bewijzen eenmaal de torens deel zouden uitmaken van de sierlijke gebouwen van Germania.

Sinds begin jaren 2000 zijn de vrijwilligers van “Berliner Unterwelten” er in geslaagd de overblijfselen van de toren in Humboldtshain toegankelijk te maken voor het publiek. Wie een idee wil krijgen van de permanente sfeer van dreiging, het beklemmende oorlogsgevoel wil ervaren, of wie het concept van de “megastructuren” van de Nazi’s van dichtbij wil ervaren, kunnen wij een bezoekje aan de overblijfselen van de Flaktoren in Humboldtshain, Berlijn, dan ook ten zeerste aanraden.

Koen Goeminne & Pieterjan Vinck