De eeuwige zoektocht van Gent naar een verbinding met de zee

 

Sinds jaar en dag lonken steden naar een rechtstreekse verbinding met de zee. Deze verbinding betekent immers een gouden transportader voor de handel die een stad schip per schip, lading per lading, rijk kan maken. Brugge, Damme, Antwerpen en ook Gent, het zijn slechts enkele voorbeelden van steden waarbij de opgang en de neergang hand in hand gingen met de handel die zo sterk afhankelijk was van een vlotte waterverbinding. Van oudsher is Gent door de Schelde op natuurlijke wijze verbonden met de zee. Het nadeel van deze Schelderoute is echter dat dit een dure verbinding met de zee is. Naast de vele tolheffingen is de meanderende Schelde immers een lange vaarweg die 140 km overbrugging langs Antwerpen om vraagt. Het verhaal van Gent is dan ook steeds een verhaal geweest van een koppige zoektocht naar een rechtstreekse verbinding met de zee.

Naarmate de handel en dus het scheepsverkeer intenser werden, groeide de behoefte van Gent aan een directere verbinding met de zee. In 1251 werd dan ook aan Margareta van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, toestemming gevraagd voor de aanvang van het graven van het Lievekanaal. Dit kanaal sloot ter hoogte van het Gravensteen aan op de Leie en liep zo helemaal tot Damme, waar ze aansloot op het Zwin. Door deze ingreep werd een verbinding tot stand gebracht die slechts op 45 km van de zee lag. Na enkele jaren intensief graven, verkreeg Gent in 1269 dan ook eindelijk zijn eerste kunstmatige verbinding met de Noordzee. ‘t Liefken, zoals de Gentenaren dit kanaal in de volksmond noemden. We mogen echter niet denken dat er op de Lieve grote zeeschepen voeren. In Damme was de opening van het sas (de Speye) waarlangs het kanaal de stad binnen kwam slechts 3 meter breed. Daar werden de goederen van de zeeschepen gelost en overgeladen op kleinere binnenschepen en schuiten voor vervoer naar het binnenland. De Lieve voorzag de Artevelde stad vooral in levensmiddelen. De voor Gent zo belangrijke lakenhandel verliep voornamelijk over landwegen. De Lieve bracht Gent enkele eeuwen voorspoed. De verzanding van het Zwin strooide in de 16e eeuw echter roet in het eten, waardoor Gent op zoek moest naar een nieuwe verbinding.

Gent bleef echter koppig in zijn pogingen, het wilde en het zou een rechtstreekse verbinding met de zee hebben. In 1545 ontwierp François vanden Velde het plan voor de Sassevaart, een vaart die Gent verbond met de Westerschelde (Honte), de economische slagader op dat moment. In 1547 gaf keizer Karel de toestemming voor het graven van deze vaart die zich bevond tussen Gent (bij het verdwenen dorpje Roodenhuize, waar nu de elektriciteitscentrale van Electrabel staat) en de Graaf Jansdijk (de dijk die de Braakman, een inham van de Westerschelde, afsloot). Op deze zeedijk werd tevens een sluis gemaakt, zo werd vermeden dat de goederen over de dijk van de zeeschepen naar de binnenvaartschepen moesten worden gedragen. Rond deze sluis ontstond tevens een vesting, het huidige Sas van Gent. In 1563 waren de werkzaamheden klaar en kon Gent weer genieten van haar rechtstreekse verbinding, waarbij zeeschepen tot in Gent konden varen. Dit geluk was echter van korte duur. Deze keer was de 80-jarige oorlog, de oorlog tussen Spanje en de Verenigde Provinciën de grote spelbreker. De Spanjaarden die de scepter zwaaiden in de Zuidelijke Nederlanden verloren Sas van Gent aan de Staatse Legers die dan ook een blokkade oprichten. Ook na de vrede van Münster in 1648 bleef de blokkade door de Nederlanders bestaan, waardoor de Schelde afgesloten was naar Antwerpen en Sas van Gent. Het betekende het einde van de Sassevaart die al snel verwaarloosd werd en verslijkte. Voor hun verbinding met de zee moesten de Gentenaars het nu maar doen met de Brugse vaart, het kanaal Gent-Brugge. Toch zou deze Sassevaart de richting en het geraamte bepalen van het latere zeekanaal Gent-Terneuzen.

Het is vanaf dan enkele eeuwen wachten tot de hereniging van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden in 1815 tot het kanaal naar de Westerschelde terug openging. In 1825 werd begonnen met het graven het kanaal Gent-Terneuzen. Op min of meer hetzelfde tracé als de Sassevaart werd het kanaal verbreed en verdiept. Hierbij werd de Sassevaart ook verlengd tot in Terneuzen. Van dan heette de vaart het Kanaal Gent- Terneuzen. Gent had in 1827 eindelijk en definitief haar rechtstreekse verbinding met de zee, na een strijd die bijna 600 jaar duurde!

Het was een eeuwenoude droom die in vervulling ging en een goed voorbeeld van de uitdrukking ‘de aanhouder wint’.

 

Koen Goeminne

 

Afbeelding 1: Het Zwin in de XIIIe eeuw tot aan Damme

Afbeelding 2: De Lieve in Damme, kaart van Jacob van Deventer, circa 1560

Afbeelding 3: De Lieve in Damme, Fragment uit het stadsplan getekend door J.H. Koeck; gravure uit de 17e eeuw.

Afbeelding 4: De Lieve aan het Gentse rabot