Over zwarte zwanen en geschiedenis

2/9/2014

 

 

Brugge lijkt de laatste weken volledig ‘in de ban van de zwaan’ te zijn.  Sinds er een zwarte zwaan is neergestreken op de Brugse reitjes, zijn zwanen niet meer weg te slaan uit de lokale media. Deze zwarte zwaan, die van origine voorkomt in Australië, Nieuw-Zeeland en Tasmanië, is ondertussen al een echte BB, Bekende Bruggeling, geworden. Naast een naam, ‘Burilda Lanchals’, kreeg onze gevleugelde bewoner ook al een facebookpagina met ondertussen meer dan 12.000 volgers! De lokale politici maakten van het al dan niet mogen blijven van de zwaan inmiddels de inzet van een politieke boksmatch. Wat ons als historici van Vigor Clius echter meer interesseert is waarom deze vleugelbroeders al sinds jaar en dag de Brugse reitjes onveilig maken en al eeuwen een  symbool voor Brugge zijn. In deze bijdrage gaan we dan ook op zoek naar het antwoord op de vraag waarom er zoveel zwanen in Brugge zijn.


Vanaf de Middeleeuwen komen de  zwanen de Brugse geschiedenis binnengezwommen. In het begin van de 15e eeuw had Brugge immers het recht om zwanen te houden afgekocht van de graaf van Vlaanderen. Zwanen werden in deze tijd gezien als een distinctiesymbool en mochten op straf van boete niet geroofd of gedood worden. In de stadsrekeningen van 1403 vinden we de eerste vermelding van zwanen in Brugge. De zwanen vertoefden toen nog op de vesten, de reien waren als watersnelwegen van de stad immers te druk bevaren voor de zwanen. 

 


In de romantische 19e eeuw ontstonden de zwanenlegendes die tot vandaag zijn blijven doorleven. Een eerste, waarschijnlijk meest bekende, legende borduurt verder op  het verhaal van de Brugse opstand in 1488 tegen Maximiliaan van Oostenrijk. 

Aan de basis van deze opstand lag de onvrede die er heerste omwille van de hoge 

IMG 1096belastingen die moesten betaald worden om de talrijke oorlogen van de Habsburgers te financieren. In deze tijd was Pieter lanchals de schout van Brugge en onvoorwaardelijk medestander en vertrouweling van de aartshertog. Zijn politioneel gezag voerde hij uit met ijzeren hand, wat hem allesbehalve graag gezien maakte bij de Bruggelingen. Tijdens de bewuste Brugse opstand van 1488 werd Maximiliaan gevangen gezet in huis Craenenburg op de markt en werd onder zijn ogen Lanchals gemarteld, onthoofd en gevierendeeld. Zijn hoofd werd bovenop een lans geëxposeerd aan de Gentpoort. Tot zover de geschiedenis. De legende die hier later aan gekoppeld werd is dat Maximiliaan bij wijze van eerherstel voor de dood van Lanchals zou gezegd hebben dat Brugge tot het eind van haar dagen moest zorgen voor de zwanen of ‘langhalzen’ op haar wateren. Mogelijks is de legende van de zwanen als eerherstel ook gebaseerd op het wapenschild van Lanchals, waarin een zwaan voorkomt.


Een andere minder bekende Brugse legende vertelt het verhaal van een jonge vrouw die in de 13e eeuw door haar vader werd opgesloten in de kelder van haar huis aan de Spiegelrei omdat ze niet wilde trouwen met de door hem uitgekozen man. In haar kelder aan de waterkant kreeg ze dagelijks bezoek van twee witte zwanen. Toen ze vrijkwam liet ze de stad een groot fortuin na, met de belofte altijd te blijven zorgen voor de nakomelingen van de zwanen.


Echter, van deze legenden werden er nooit archiefbronnen gevonden. Het valt dan ook moeilijk op te maken of deze verhalen echt gebeurd zijn of zich louter afspeelden in de geesten van de romantische 19e eeuwse Bruggeling. Wat er ook van aan is, de zwaan is op en top oerbrugs, of ze nu wit, zwart of pimpelpaars is.

Koen Goeminne

 

Lingier, M. De Brugse Reien: aders van de stad, Tielt, Lannoo Uitgeverij, 2005, p. 10.
In een vorig artikel stelde ik dat het tijdens deze opstand was dat de bruggelingen hun lapnaam ‘Brugse zotten’ verkregen : zie http://vigorclius.weebly.com/blog/over-brugse-zotten-en-gentse-stroppendragers
Van Houtte, J. A. De geschiedenis van Brugge, Tielt, Lannoo Uitgeverij, 1982, p. 132.
Strobbe, I. Over de Brugsche zwanen. Steenbrugge, 1924.
Jacobs, R. en Vernieuwe, J. Bruges: The city behind the history, Brugge, Marc van de Wiele publishers, Brugge, 1997, p. 102.
Lingier, M. De Brugse Reien: aders van de stad, Tielt, Lannoo Uitgeverij, 2005, p. 10.